Goed beheer en investeringen in KMO’s, troeven voor ontwikkeling

| Afdrukken |
24.10.2014

Minister De Croo steunt KMO ontwikkeling tijdens Seminarie Ontwikkeling door Investering

De Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) en het Fonds Governance van bedrijven in de DR Congo, beheerd door de Koning Boudewijnstichting, organiseerden op donderdag 23 oktober in Brussel een eerste seminarie over ‘de uitdagingen en opportuniteiten voor KMO’s in ontwikkelingslanden’. Het seminarie werd geopend met een toespraak van Vice-Premier en Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Alexander De Croo.

Philémon Kivuvu Musul , de laureaat 2014 van de Prijs voor Governance van bedrijven in DR Congo, sprak over zijn ervaringen en verdedigde zijn visie op het ondernemerschap. Hij was één van de experts die het hadden over de rol van KMO’s bij de ontwikkeling. Dit voorbeeld uit Congo was een concrete illustratie van wat een goed beheerd project in de privé-sector kan zijn.

Minister De Croo drukte zijn bewondering uit voor ondernemers als meneer Kivuvu Musul die tegen enorme uitdagingen aankijken in landen als de DR Congo. “In landen waar de staat slecht functioneert is het niet evident om te ondernemen”. De Croo gelooft sterk in een instrument als BIO voor het ontwikkelingsbeleid en vindt de focus op KMO’s de juiste strategie.

Philémon Kivuvu Musul leidt een onderneming die werd opgericht in 2006 en die gespecialiseerd is in de exploitatie en de verwerking van kalksteen in de regio Bas-Congo. De BVBA Calmaco heeft een opmerkelijke expansie gekend en stelt momenteel 70 mensen te werk. Het bedrijf wordt op een sociaal verantwoorde manier geleid met respect voor de principes van goed beheer.

Een onderdeel daarvan is dat iedereen op tijd wordt betaald. Philémon Kivuvu: “Dat kan vanzelfsprekend lijken, maar het is hier verre van altijd het geval. Maar men moet zich eens in de plaats van een familie stellen die niet weet wanneer het geld zal toekomen.”

In het algemeen kiest Calmaco voor een beredeneerde groei en een beleid van het herinvesteren van de winst. Philémon Kivuvu waakt er ook over dat zijn onderneming goed is ingeplant in de lokale gemeenschap en dat zijn werknemers genieten van sociale voordelen. Maar het belangrijkste principe voor hem is transparantie: “Wij werken met open boeken en iedereen kan onze financiële stromen traceren. Onze winsten, onze aankopen, de afschrijvingen… Calmaco heeft niets te verbergen!”

Voor hij zijn onderneming oprichtte was Philémon Kivuvu getuige van praktijken die hem opstandig maakten: twijfelachtige financiële operaties, gebrek aan transparantie van en zwarte boekhouding. “Dit

zijn slechte gewoonten die zo als een ziekte de economie binnendringen, dat men ze normaal begint te vinden.”

De Prijs voor Governance bedraagt 25.000 euro en werd in 2010 in het leven geroepen door een aantal Belgische ondernemers naar aanleiding van de 50ste verjaardag van Congo. Daartoe werd het Fonds Governance van bedrijven in de DR Congo in de schoot van de Koning Boudewijnstichting opgericht.

Het Fonds wil de ondernemingsgeest helpen ontwikkelen in de DRC volgens de principes van goed bedrijfsbeheer en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het promoten van ondernemerschap beantwoordt dan ook perfect aan de doelstellingen van de Prijs.

Alle twee jaar plaatst de Prijs het voorbeeldparcours van een Congolese ondernemer in de schijnwerpers met het oog op het promoten van goede bedrijfspraktijken en om anderen te inspireren. De Prijs 2014 werd in juni jl. in Kinshasa overhandigd aan meneer Kivuvu Musul.

In 2014 werd de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) strategische partner van het Fonds, waaraan zij een financiële ondersteuning geeft.

BIO investeert in de privé-sector , motor van ontwikkeling

De Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden heeft als doel om een sterke privésector uit te bouwen in ontwikkelingslanden en in opkomende economieën. Daarmee wil ze hen toegang geven tot een duurzame groei in het kader van de Millenniumdoelstellingen.

BIO investeert rechtstreeks in projecten van de privésector en draagt zo structureel bij tot sociaal-economische groei van de ontwikkelingslanden. Het mandaat legt haar strikte criteria op wat betreft geografische spreiding, financiële instrumenten en vooral impact op de ontwikkeling.

De informele economie is erg dynamisch in deze landen, maar de toegang tot financiering en kapitaal over lange termijn is voor een groot deel van de bevolking beperkt of zelfs onmogelijk. Ondersteuning van de privésector is dus onontbeerlijk in de ontwikkelingssamenwerking als motor van de economische groei. Lokale ondernemingen dragen met hun productie van goederen en diensten bij tot de verbetering van het levensniveau van de bevolking, door het versnellen van de technologische ontwikkeling, door het verlagen van de prijzen, door het stimuleren van de concurrentie en door de fiscale basis van de landen te verbeteren, een belangrijke voorwaarde voor de financiering van infrastructuur, onderwijs en gezondheid.

KMO’s spelen een cruciale rol bij de economische groei en de werkgelegenheid. Toch komen zij veel obstakels tegen bij de start en de groei van hun activiteiten in de ontwikkelingslanden.

Het seminarie van 23 oktober ging dan ook over deze obstakels en over de rol die BIO en privé-investeerders kunnen spelen bij de steun aan KMO’s.

De aanwezige experts waren Arthur Arnold, ex-CEO van de Internationale Bank voor Ontwikkeling van Nederland, FMO; Aziz Mebarek, stichter-partner van TunInvest-AfricInvest Group; Luuk Zonneveld, CEO van BIO; Frank De Coninck, voorzitter van het Fonds Governance van bedrijven in de DRC; Jean-Babtiste Satchivi, CEO van de Groep CDPA en voorzitter van de Kamer van Handel van Bénin; Carole Maman, Chief Investment Officer van BIO.

Terug